HOME

OVER U

BEHANDELING

CONTACT/LINKS

INFORMATIE

NIEUWS

TARIEVEN

 

ISO gecertificeerd

Informatie

 

 

Prothese op wortel

 

Welke voordelen biedt een overkappingsprothese t.o.v. een "gewoon" kunstgebit?

De meeste problemen met een kunstgebit ontstaan door het slinken van de kaken. Omdat het kunstgebit steeds even groot blijft, ontstaat er ruimte tussen het kunstgebit en de kaak. Het kunstgebit zal dus op den duur steeds losser gaan zitten. Dit slinken van de kaken kan voor een groot deel worden voorkomen wanneer enige wortels van tanden of kiezen in de kaken behouden blijven. Deze wortels werken als een soort pijlers onder het kunstgebit. De druk ten gevolge van het kauwen wordt bij een "gewoon" kunstgebit alleen door de tandeloze kaken opgevangen. Bij een overkappingsprothese wordt die druk voor een belangrijk deel opgevangen door de pijlers onder het kunstgebit. Het gevolg hiervan is dat het slinken van de kaken veel minder snel gaat. Bovendien heeft het kunstgebit door de pijlers meer houvast en steun.

 

Voorbehandelingen

Voordat de overkappingsprothese kan worden gemaakt, moeten meestal een aantal voorbehandelingen worden uitgevoerd.

1. Het uitkiezen van de pijlers: De tandarts bekijkt eerst welke wortels van uw tanden of kiezen het best zijn te gebruiken als pijlers onder de overkappingsprothese. In veel gevallen zijn dit de wortels van de hoektanden.

2. Het trekken van de kiezen: De volgende stap is meestal dat uw tandarts de kiezen gaat trekken die niet worden gebruikt als pijlers. Let wel: de tanden blijven dus voorlopig nog staan! Daarna krijgen de wonden enige tijd gelegenheid om te genezen.

 

De voorbehandeling van de pijlers

De tanden of kiezen waarvan de wortels als pijlers voor de overkappingsprothese behouden blijven, krijgen meestal een voorbehandeling. Elke wortel heeft binnenin een holte die moet worden gereinigd en gevuld. Dit voorkomt dat er later ontstekingen aan de wortels kunnen ontstaan.

 

Het vervaardigen van de overkappingsprothese

Uw tandarts kan er voor kiezen de overkappingsprothese door een tandprotheticus te laten vervaardigen. De tandarts verwijst u dan naar een tandprotheticus waar hij mee samenwerkt. De tandprotheticus zal dan o.a. de afdrukken maken, het zogenaamde "happen" en de verdere behandeling verrichten. Waarbij zeer goed gekeken wordt naar de kleur, stand en vorm van de kunsttanden. Als u tevreden bent over de kleur, de vorm en de stand van uw eigen tanden, zal men proberen dat na te maken. Als u juist niet tevreden bent, zal de tandprotheticus u hierin advies geven en hij zal proberen zoveel mogelijk met uw wensen rekening te houden.

 

Voordat de tandprotheticus kan beginnen met het aanmeten van de overkappingsprothese,worden de tanden en kiezen die als pijlers voor de overkappingsprothese gaan fungeren, tot juist boven het tandvlees afgeslepen. Wat overblijft van zo'n tand of kies is dus eigenlijk alleen de wortel. Het voorbehandelde kanaal wordt afgesloten met een vulling.

 

Wennen aan de overkappingsprothese

Waarschijnlijk wordt de overkappingsprothese geplaatst nadat de rest van uw tanden en/of kiezen zijn getrokken. Het voordeel van het direct plaatsen is dat de overkappingsprothese als een soort verband op de wonden zit. U hoeft dus niet bang te zijn dat u enige tijd zonder tanden zult zitten. Pas na de eerste dag mag het kunstgebit uit uw mond. Afhankelijk van wat u heeft afgesproken, doet de tandarts/kaakchirurg dat, of doet u het zelf. Als u het zelf mag doen, wees dan voorzichtig. Spoel het kunstgebit af en borstel het schoon. Reinig uw mond voorzichtig door te spoelen met lauw water waarin u eventueel een beetje zout doet. U kunt daarvoor ook een bij de drogist verkrijgbaar spoelmiddel gebruiken. Spoelen met lauwe kamillethee kan ook heel goed.

Als de wonden beginnen te genezen zal de pijn verminderen en kunt u langzaam gaan wennen aan uw eerste kunstgebit. Dat vraagt tijd. Het gaat bij de een veel sneller dan bij de ander.

 

Het eten

De eerste tijd zult u bij het eten misschien pijn hebben. Daar kunt u iets aan doen door alleen zacht en makkelijk voedsel te eten, bijvoorbeeld puree, gehakt of zacht fruit. Later kunt u langzaam harder voedsel proberen.

 

Praten

In het begin praat u wat onwennig. U slist bijvoorbeeld, bepaalde klanken kunnen anders zijn. Dat komt omdat uw mond nog moet wennen aan het kunstgebit. Oefenen helpt door bijvoorbeeld hardop de krant te lezen . De problemen met het praten gaan meestal vanzelf over.

 

Slapen met of zonder kunstgebit

Uw kaken hebben een tijdje nodig om te wennen aan het kunstgebit. De eerste week moet u het 's nachts dan ook niet uitdoen. Daarna is het juist beter om het voor het slapen wel uit te doen. Op die manier krijgen uw kaken de nodige rust. Misschien vindt u een mond zonder tanden en kiezen niet zo'n prettig idee. Doet u dan alleen het ondergebit uit. Als u het kunstgebit niet draagt, kunt u het bewaren in een glas of bakje met water eventueel met een vloeibaar reinigingsmiddel. Deze reinigingsmiddelen zijn verkrijgbaar bij uw tandprotheticus de drogist of apotheek.

 

Controle van de prothese en de mondholte

De eerste tijd kan het kunstgebit ergens klemmen en pijn doen. Dat is heel normaal. Ga er wel mee naar uw tandprotheticus. Hij kan er namelijk iets aan doen. Ook als het na zo'n eerste correctie nog niet ideaal is, ga gerust terug. Na verloop van tijd zult u het gevoel hebben dat uw kunstgebit losser is gaan zitten. Doordat de wonden zijn genezen, zijn de kaken iets geslonken en is er ruimte ontstaan tussen de kaak en het gebit. Probeer niet het euvel zelf te verhelpen met kleefpasta of andere middelen. Uw tandprotheticus zal meestal het kunstgebit in de onderkaak, maar soms ook het kunstgebit in de bovenkaak, na verloop van tijd moeten aanpassen. Bij alles wat niet in de haak is met uw kunstgebit is de beste oplossing naar uw tandprotheticus te gaan. Hij weet precies wat er aan de hand kan zijn en wat hieraan gedaan moet worden. Geleidelijk zullen uw kaken nog verder slinken. Uw kunstgebit zal daarom van tijd tot tijd moeten worden aangepast. In veel gevallen is het nodig om na enige tijd een geheel nieuwe kunstgebit te vervaardigen. Om die reden is het verstandig minstens eens in de twee jaar naar uw tandprotheticus terug te gaan voor controle. Verder is het noodzakelijk dat u net als iedereen die nog eigen tanden en kiezen heeft, eenmaal per halfjaar voor controle naar uw tandarts gaat. Hij controleert dan de pijlers en uw kaken.

 

Reinigen van de overkappingsprothese en de pijlers

Zodra u uw overkappingsprothese mag uitdoen, moet u uw overkappingsprothese en vooral de pijlers, na elke maaltijd en voor het slapen gaan, goed schoonmaken. U poetst de pijlers en het tandvlees het beste met een zachte tandenborstel en fluoride tandpasta. De overkappingsprothese kunt u het beste reinigen met behulp van een speciale protheseborstel en water en zeep of een speciaal (vloeibaar) prothese reinigingsmiddel. Geen tandpasta gebruiken, dit schuurt teveel. Een schoon kunstgebit moet altijd glad aanvoelen. Het gebruik van bruismiddelen is af te raden. Reinigingsmiddelen voor een kunstgebit zijn in elke drogisterij en apotheek te koop, de tandprotheticus zal u hierover voorlichten. Leg het kunstgebit nooit in heet water en gebruik zeker geen bleekwater of schuurmiddelen. Let goed op dat bij het schoonmaken het gladde kunstgebit niet uit uw handen glipt en kapot valt. Laat voor de zekerheid water in de wasbak lopen en maak het kunstgebit schoon boven het water.

 

Extra voorzieningen

Het is mogelijk dat na verloop van tijd blijkt dat uw overkappings-prothese minder houvast heeft dan u had verwacht. Om het houvast te vergroten, is het meestal mogelijk dat uw tandarts extra voorzieningen in de vorm van drukknopjes aanbrengt in de pijlers en dat de tandprotheticus het kunstgebit hierop aanpast. Een andere, maar veel duurdere mogelijkheid is dat uw tandarts op de wortels gouden kapjes maakt, die door een staafje met elkaar worden verbonden. In het kunstgebit brengt de tandprotheticus een huls aan die precies over dit

staafje past. Hierdoor kan het kunstgebit als het ware worden vast geklikt. Dit systeem kan, net als de drukknopjes, het houvast van de overkappingsprothese aanzienlijk vergroten. In beide gevallen moet soms een geheel nieuwe overkappingsprothese worden gemaakt.

 

Gemakkelijke overgang naar een "gewoon" kunstgebit

Een overkappingsprothese heeft in principe dezelfde vorm en afmetingen als een "gewoon" kunstgebit. Daarom kan de overkappingsprothese, als de pijlers onverhoopt toch verloren gaan, door middel van een kleine aanpassing eenvoudig worden veranderd in een gewoon kunstgebit. U hoeft dan niet zo lang te wennen aan dit aangepaste kunstgebit omdat er eigenlijk weinig is veranderd en het kunstgebit nog steeds vertrouwd aanvoelt.

 

 

 

 

Behandelplan

 

Dit behandelplan is er op gebaseerd als er geen extra voorzieningen zijn getroffen, anders wijkt het iets af.

 

Afspraak 1. Intake gesprek

Uw persoonlijke gegevens, uw medicijngebruik en gegevens over uw gezondheid worden genoteerd. De situatie in uw mond wordt bekeken en besproken. Bent u verwezen door uw tandarts dan volgen direct afspraken voor vervaardiging van de prothese. Dient u nog door uw tandarts gezien te worden dan volgt een verwijzing naar uw tandarts.

 

Afspraak 2. Het uitkiezen van de pijlers en het trekken van de kiezen

Er wordt zorgvuldig gekeken welke wortels van uw tanden en kiezen het beste zijn te gebruiken als pijlers onder de overkappingsprothese. De volgende stap is meestal dat de tandarts/kaakchirurg de kiezen gaat trekken die niet worden gebruikt als pijlers. De tanden of kiezen die als pijlers worden gebruikt, krijgen een voorbehandeling. Een holte in de

wortel wordt gereinigd en gevuld.

 

Afspraak 3. Eerste afdrukken

Er worden proefafdrukken van uw beide kaakdelen gemaakt. (happen).

 

Afspraak 4. Definitieve afdrukken (indien nodig) Indien nodig worden tweede afdrukken van uw kaakdelen gemaakt om op deze wijze een goede pasvorm van de prothese te kunnen bereiken.

 

Afspraak 5. Beetbepaling

Bepaald wordt hoe de kiezen op elkaar moeten komen te staan. Tijdens deze zitting wordt er gekeken naar de kleur van de tanden en kiezen die in het nieuwe kunstgebit komen te staan.

 

Afspraak 6. Proefprothese

De kiezen staan op een los plaatje om te zien of deze elkaar in de mond op de juiste manier raken. In deze fase staan ook de voortanden op uw gipsmodel, echter deze kunnen niet in de mond gepast worden. Wel kunt u kijken hoe het resultaat gaat worden en of u de gebruikte tanden mooi vindt. Soms zijn wel alle tanden en kiezen al uit de mond, dan kan de proefprothese wel volledig in de mond en kunt u het gehele resultaat zien.

 

Afspraak 7. Tanden trekken en prothese plaatsen

De prothese is klaar u wordt verdoofd en de laatste tanden/kiezen worden getrokken. Direct na het trekken wordt de prothese geplaatst.

 

Afspraak 8. Controle

Vaak komt u na 24 uur terug bij de tandarts/kaakchirurg om de prothese uit de mond te halen. De tandarts/kaakchirurg controleert of alles in de mond in orde is

 

Afspraak 9. Nacontrole

Er zullen enkele nacontroles volgen om het verloop van slinken van de kaken in de gaten te houden. Indien nodig wordt de prothese tijdig aangepast. Tevens moet u elk half jaar voor controle naar de tandarts. Hij controleert dan de pijlers en uw kaken.